Kookverhalen
Roggevleugel met eiersaus (op z’n zweeds) (Karel)

Beter laat dan nooit, zeker? Ik heb even zitten nadenken over een minder clichématige manier om dit schrijfsel af te trappen maar raakte niet meteen verder dan het alles-behalve bedeesde “de laatsten zullen de eersten zijn” of het nog zoveel minder bescheiden/toepasselijk (niets te schrappen, alles past) “de leste zijn de beste”. Na het schuld opnemen, het schuld afschuiven of ver-ont-schuld-igen maar (o zie je maar dat ook een portie oerkatholieke schuldmoraal me niet vreemd is). In tegenstelling tot de vorige recenseerronde, had ik deze keer het uitverkoren boek snel in huis gehaald, maar zoals bij iedereen die veel te graag veel te veel doet, heeft het heel lang geduurd eer ik een moment vond om het zijn binnenkant aan mij te laten onthullen. Naast werk- en huishoudelijke verplichtingen was een ontdekkingstocht door de (niet zozeer culinaire) hooglanden van het eiland van de Haggis en Bangers ‘n Mash ditmaal 1 van de boosdoeners.

Aangezien de blogdeadline tot mijn schaamte al voorbij is gelopen en het dus wat sneller vooruit mocht gaan, heeft mijn lieftallige vriendin me wat geholpen om ervoor te zorgen dat ik vandaag nog mijn kook-en-blog-plicht/belofte kon vervullen. Van thuis uit kreeg ik een mailtje met enkele gerechtvoorstellen waarvoor we ‘t meeste in huis hadden. Mijn oog viel snel op de “Kabeljauw met eiersaus en aardappelen in de pel” (Een gerechtje uit ‘t land van de bouwpakketmeubelen, te vinden op p. 220): we hebben aardappelen en eieren (beide vers van grootmoeders erf) in huis en kabeljauw in de vriezer (en die staat ook in huis). Sofie (je weet wel, die lieftallige van hierboven) zou de vis uit de vriezer halen en ik zou tijdens de treinrit al wat nadenken.

Bij de eiersaus stelde ik me (zonder het recept gezien te hebben) een flamande (nadien het recept lezend zou ik ze zo zwaar voorstellen als de flamandes die Jacques Brel me voor de geest doet halen, maar toen dacht ik nog aan de metgezel van ons inlands wit goud, nvdr.) voor en zo ver naast zat ik er blijkbaar niet. Het receptuur beveelt (opgelet: Nederlandstalige recepten voorlezen doe je best niet met een Duitse tongval, want dan klinken ze zeker allesbehalve lieflijk: “hak dit, schil dat, snijd zo, leg daar!”) eieren hard te koken, fijn te hakken, boter en room aan de kook te brengen en binden met maïzena/sausbinder, de eieren samen met fijngehakte peterselie toevoegen en afkruiden met peper en zout. Ondertussen staat de kabeljauw te garen in een heel simpele bouillon (ui/wortel/laurier/zeezout) en koken de aardappeltjes in hun vel.

Toen ik thuiskam lagen er al eieren klaar op het aanrecht, stond een pot water te koken (waar ik na even kuisen de aardappeltjes een tijdelijke verblijfplaats in schonk), lag er al een versnipperde ui te wachten en was de vis al ontdooid. Sofie pimpte al als eerste het recept door ipv kabeljauwmoten een Roggevleugel uit de vriezer te halen. Omdat ik niet kon onderdoen, “verpooierde” ik op mijn beurt de bouillon wat; o.a. met de steeltjes van de peterselie die voor de saus zou dienen (smijten die zweden die dan weg anders?).

Samen met de aardappeltjes had ik ook 2 eieren in het kookwater gelegd, maar in tegenstelling tot in het recept liet ik deze maar zacht koken (3-4 min). Op die manier bleef het eigeel lopend en kon dit later voor wat binding in de saus zorgen en kon ik de sausbinder/maïzena achterwege laten (en dat mis ik meestal niet in een lekkere saus). Voor de saus liet ik boter en room aan de kook komen, maar ik voegde hier (tegen de regels in, onvoorzien door het recept) nog een geut witte wijn en een scheut citroensap aan toe, in de hoop een iets lichter geheel te krijgen. Eens aan de kook ging de pot van het vuur en kwamen de geplette zachtgekookte en tevens geschilde eieren erbij samen met de peterselie en een draai van de zoutmolen en zwarte pepermolen (op de grove stand). Na enkele minuten met de klopper/garde erdoor, was het geheel door de restwarmte van de pot (een sauspannetje van Demeyere, aanrader!) gebonden.

Ondertussen waren de aardappeltjes gekookt. Na afgieten wentelde ik ze nog even door de boter samen met wat peterselie, bieslook en dragon (lekker fris; ik vraag me nu af waarom ik geen dragonazijn ipv citroensap voor de saus gebruikte … ach, te laat!) terwijl ik het bord opmaakte (nuja, daar ben ik niet echt een krak in; alles kwam op het bord en de vis kreeg nog een klein beetje olijfolie – om er wat minder somber uit te zien voor de foto – en een beetje fleur de sel voor wat kraakplezier tussen de kaken). Het resultaat? Qua smaak zeker een aanrader. Voor die ogen die ook wat willen? Wel, dat kan je zelf aanschouwen …

Share

Leave a Reply