Kookverhalen
Plenty – Spetterende spruitjes (Karel)

De keuze voor Plenty was – voor een volbloed carnivoor als mezelf – allesbehalve vanzelfsprekend. Maar de uitdaging (en de vegetarische vriendin) deden het hem, al bleven de vooroordelen als het zwaard van Damocles zelve boven het experiment hangen. Vanwaar die vooroordelen? Wel, als ik aan eten klaarmaken denk, maak ik als het ware instinctief vooreerst uit voor welk dierlijk offer mijn groentjes de eer hebben de backing vocals te doen. Ja, vlees lijkt me zowat de vaste aanvoerder van het smaakpalet van een gerecht en hofleverancier van de hartigheid (umami). Bovendien kan ik nu ook eens echt intens gelukkig worden als bij het aansnijden van een stukje langzaam gegaarde spiermassa de gehoopte gaarwijze zich blozend laat ontdekken.

M’n vooroordelen werden niet meteen van tafel geveegd bij het openslaan van de voorts uiterst stijlvolle sponzigzachte hardcover (de echte fans gebruiken ‘m waarschijnlijk ondertussen ook als kussen). Integendeel, de eerste lezing gaf me het idee dat dit boek niet veel schokkends bevatte: bijzonder weinig gerechten spraken me zodanig aan dat ik spontaan goesting kreeg achter de kookpotten plaats te nemen.

Nu ja, ik ben dan eerlijk gezegd ook ”gene gemakkelijke”. Tot mijn soms torenhoog oplaaiende frustratie zorgt iets tussen m’n oren ervoor dat geen enkele paddenstoelensoort er in slaagt de weg naar m’n maag te vervolledigen. Gevolg: meteen een volledig hoofdstuk en een handvol recepten extra gediskwalificeerd. Bovendien hangen Sofie (die ik al eerder voorstelde als “de vegetarische vriendin”) en ik fanatiek het geloof in het seizoensgebonden eten aan. En dat wil zeggen dat de recepten met protagonisten als tomaat en aubergine ook uit het aanbod verdwenen. Bovendien leken veel van de gerechten (over het algemeen gezien) bij de eerste aanblik niet meer dan weinig vernieuwende groentencombinaties met curry-achtige kruidenmengsels, op wat leuke uitschieters na, maar die leken me dan nog het minst volwaardige-maaltijd –gehalte te hebben (gepaneerde en –frituurde preistukjes, iemand?)

Om mijn enthousiasme aan te wakkeren (nadat ik na een week en ’n half nog geen poging had ondernomen iets op tafel te brengen dat uit Plenty voortkwam), besloot Sofie me uit te dagen door me bij het thuiskomen een geurend bord voor te schotelen met allerhande gemarineerde tofu-bereidingen (gegrild, gebakken, met een korstje, op een spiesje ), een gepofte aardappel en (en het moet gewoon gezegd worden) een soort terriyaki-zwarte pepersaus om vingers en duimen van af te likken. Ok, dit gerecht (waarvan de bladzijdegrote foto – ik waarschuw maar op voorhand – voor een onwezenlijke speekselvloed kan zorgen) behoorde tot de kanshebbers voor mijn experiment, maar dat het zo geweldig smaakvol (en dat met een simpele blok natuurtofu!) zou zijn had ik nooit voor ogen (of zeggen we beter smaakpapillen) kunnen houden. Niets hield me nog tegen de uitdaging aan te gaan en enkele dagen later vonden de nodige nog gemiste ingrediënten voor een spruitjes-met-tofu-schotel de weg tot onze voorraad- en koelkasten.

Het recept dat ik uitkoos (“Brussels sprouts and tofu”, p. 105) is op zich heel simpel: tofu in plakjes marineren in een mengsel van rijstazijn, gegrilde sesam-olie, sweet chili- en sojasaus en op uitgelekt en heet vuur langs beide zijden opbakken, spruitjes in schijfjes goed heet (en knapperig-houdend) aankleuren met een snuifje zout, en wat champignons met een versnipperd half rood chilipepertje en een bosje fijngesneden lenteuitjes aanstoven. Alles passeert na elkaar op de pan en komt er uiteindelijk terug in samen met een handvol korianderblaadjes, de marinade van de tofu en wat extra sesamolie. Na enkele roerbewegingen mogen er ter garnering nog wat korianderblaadjes en sesamzaadjes op en het kunstwerkje is af.

Bij gebrek aan rijstazijn (en dat ik te wijten aan het lege schap in de Thaise winkel in Leuven) heb ik een fles appelciderazijn ter hand genomen (welke naar m’n mening geweldig de zwaarte van de geroosterde sesam-olie wat kan relativeren) maar voorts ben ik relatief braaf het recept blijven volgen. De spruitjes heb ik wel gehalveerd (omdat ze wat klein waren om te drieëndelen) en net als de tofu niet in maïsolie (waar ik niet zo’n adept van ben) maar 50/50 in koolzaadolie (die wat fijner is en minder doorsmaakt) en hoeveboter (die voor mij steeds voor smaak garant staat) aangebakken.

Mijn persoonlijk probleem met champignons zorgde ervoor dat ze ik ze gewoonweg heb weggelaten uit het recept en ter compensatie de hoeveelheden tofu en spruitjes wat opgekrikt; de lente-uitjes werden dus redelijk eenzaam met wat fijngesneden rode chilipeper aangestoofd, maar wel ook in een jasje van hoeveboter. Om eens “lekker link” te doen heb ik het recept een kleine eigen touch te geven door bij de lente-uitjes een goed handvol lichtgezouten grof geplette pistachenootjes (die even in de sesamolie gewenteld waren) gevoegd. Door het gerecht later ook af te werken met geroosterde sesamzaadjes (naast de korianderblaadjes) was er meteen een hoop crunch verzekerd.

Het resultaat was een geweldig mooi ogende en onweerstaanbare geurende pot comfort food. Qua geur en smaak deed het me enorm denken aan de pad thai die ik in Leuven al met veel smaak verorberde. Spijtig genoeg overleefden geen van de vele foto’s die ik tijdens het experiment trok de technische problemen die vandaag opdoken. Het voordeel hiervan is dat ik je niet met de onweerstaanbare dwang opzadel om meteen achter spruitjes te hollen en dit oh zo simpele maar nog overheerlijker gerecht op tafel te toveren.

Share

One Response to Plenty – Spetterende spruitjes (Karel)

  1. Nele says:

    echt MIES (check this on fb “Don’t MIESunderstand this!”)

Leave a Reply